| Abstract : |
O.B.-collecties zijn al lang niet meer beperkt tot louter boekmaterialen, en de popularisering van alternatieve gegevensdragers zoals video en DVD hebben er toe bijgedragen dat de vraag van vele bibliotheekbezoekers naar deze media exponentieel gestegen is.
Maar net zoals de meeste openbare bibliotheken er voor opteren om een zekere minimale kwalitatieve standaard in acht te nemen bij de acquisitie van boeken, zo moet er ook voor de collecties van audiovisuele media rekening worden gehouden met een benedengrens.
De bibliotheek heeft hier een supplementaire functie bovenop het bestaande aanbod van televisie en videotheken, en kan of mag niet in concurrentie treden met deze verdeelkanalen.
Gezien de traditionele nadruk op literatuur in de boekencollecties, kan het voor de uitleenafdeling AVM interessant zijn om zich bij initiële verwerving of uitbreiding van de collectie videos en DVD's te concentreren op de aankoop van verfilmde literatuur.
Immers, de verschillende afdelingen van de plaatselijke openbare bibliotheek worden veelal bezocht door een gelijklopend publiek, en het is de culturele kruisbestuiving die de bibliotheekbezoeker er toe kan aanzetten om zich niet louter te beperken tot boeken.
Verfilmde literatuur kan als criterium een leidraad zijn voor de uitbreiding van de collectie, want het kan voor de cultuurconsument behoorlijk boeiend zijn om de verschillende media naast elkaar te leggen, al dan niet om een kwaliteitsoordeel te vellen over de film of het boek.
Ook kunnen boek en film elkaar onderling een meerwaarde geven, indien er sprake is van een zekere supplementariteit, maar hiervoor moeten beiden echter van een redelijke kwaliteit zijn, en moeten boek en film verschillende invalshoeken hebben.
Het spreekt vanzelf dat een collectie niet uitsluitend kan bestaan uit verfilmde versies van literaire werken, want afgezien hiervan moet de filmcollectie van de uitleenafdeling van de O.B. – wat betreft fictie, althans – ook bijvoorbeeld klassiekers en zgn. "auteursfilms" voor het cinefiele publiek ter beschikking kunnen stellen.
Een collectie die voor een belangrijk gedeelte is samengesteld uit deze componenten, lijkt mij in de O.B. op zijn plaats.
Zuivere ontspanningsfilms en -series kunnen om publieksvriendelijke redenen niet verwaarloosd worden, maar ook hier dient een zeker niveau in acht te worden genomen.
Zo vind ik bijvoorbeeld dat "Inspector Morse" en "Fawlty Towers" moeten kunnen, maar dat "Buffy the Vampire Slayer" en "FC De Kampioenen" hier niet thuishoren.
Dit is natuurlijk wel zéér subjectief, en de gulden middenweg tussen de inhoudelijke publieksvriendelijkheid van de collectie (populariteit) en een hoge kwaliteitsnorm (die niet mag leiden tot een elitaire collectie) is, net zoals in alle afdelingen van de O.B., moeilijk te bepalen.
De uitwerking van het onderwerp van deze scriptie – besprekingen van een eerder arbitraire selectie van verfilmde literatuur – kan beschouwd worden als een denkoefening voor mogelijke uitbreiding van een gedeelte van de filmcollectie van de openbare bibliotheek.
|